Cookies & Privacy

We gebruiken cookies om uw ervaring te verbeteren en statistieken bij te houden. Meer informatie vindt u in onze privacyverklaring.

Zeven Belgische landschappen die verrassend anders zijn

Zeven Belgische landschappen die verrassend anders zijn

België wordt vaak geassocieerd met historische steden, chocolade, bier en de Ardennen. Toch is het landschap veel gevarieerder dan je op basis van de beperkte oppervlakte zou verwachten. In het oosten liggen hooggelegen veengebieden waar mist en wind vrij spel hebben, terwijl je in het westen over vrijwel volledig vlakke polders richting de Noordzee kijkt.

Tussen deze uitersten liggen bossen, rivierdalen, kalksteenrotsen, heidevelden en voormalige mijngebieden waar de natuur langzaam een nieuw landschap heeft gevormd. Wie België buiten de steden verkent, ontdekt daardoor opvallend veel verschillende soorten natuur op relatief korte afstand van elkaar.

1. De Hoge Venen: een landschap dat bijna on-Belgisch aanvoelt

In het oosten van België ligt een landschap dat op sommige dagen eerder aan Noord-Europa doet denken. De Hoge Venen bestaan uit uitgestrekte veengebieden, graslanden, bossen en natte vlaktes. Het gebied ligt relatief hoog en kent daardoor een koeler en natter klimaat dan veel andere delen van België.

Houten vlonderpaden voeren wandelaars over kwetsbare stukken veen. Vooral wanneer laaghangende bewolking of mist over het landschap trekt, krijgt het gebied een bijzonder karakter. Bomen zijn op de open vlaktes schaars en het uitzicht kan daardoor verrassend weids zijn.

Ook in de winter onderscheidt het gebied zich. Door de hoogte valt hier regelmatig sneeuw terwijl lager gelegen delen van België groen blijven. De Hoge Venen laten daarmee zien dat België zelfs een landschap heeft met bijna subalpiene trekjes.

2. De valleien van de Ardennen

Ten zuiden van de Hoge Venen verandert het landschap geleidelijk in de beboste heuvels en valleien van de Ardennen. Rivieren hebben hier diepe banen door het landschap gevormd en dorpen liggen vaak op de oevers of tegen de hellingen.

De Semois is een mooi voorbeeld. Deze rivier maakt grote bochten door een groen en heuvelachtig landschap. Vanaf hoger gelegen uitzichtpunten zijn de kronkels van de rivier tussen de beboste hellingen goed zichtbaar.

Ook de Ourthe heeft het landschap sterk gevormd. Rond plaatsen als La Roche-en-Ardenne en Durbuy liggen beboste heuvels, rotsformaties en rivieroevers dicht bij elkaar. Vooral in het najaar verandert het gebied wanneer de uitgestrekte bossen verschillende tinten geel, rood en bruin krijgen.

3. Kalksteenrotsen langs de Maas en Lesse

Een ander gezicht van Wallonië vind je rond de valleien van de Maas en de Lesse. Hier komen opvallende kalksteenformaties voor die soms bijna loodrecht uit het landschap omhoogrijzen.

Rond Dinant is dit goed zichtbaar. De stad ligt ingeklemd tussen de Maas en een steile rotswand. Ook buiten de stad zijn langs de rivier verschillende rotsformaties te vinden.

Bij de Lesse wisselen beboste oevers, rotswanden en open stukken elkaar af. De rivier slingert door het landschap en is in de zomer populair bij kajakkers. Vanaf het water krijg je een heel ander beeld van de rotsformaties dan vanaf de wegen en wandelpaden erboven.

4. Paarse heide in Nationaal Park Hoge Kempen

In Belgisch Limburg ligt een landschap dat opnieuw sterk verschilt van de Ardennen. Nationaal Park Hoge Kempen bestaat uit bossen, heide, zandgronden en voormalige grindgroeves.

Vooral wanneer de heide bloeit, veranderen delen van het landschap in uitgestrekte paarse velden. Dennenbossen en kleine vennen zorgen voor afwisseling. Op verschillende plaatsen liggen wandelpaden die door open heidegebieden voeren.

Bijzonder is dat delen van het huidige landschap mede zijn ontstaan door menselijke activiteit. Oude mijnbouw- en grindgebieden zijn in de loop van de tijd door de natuur teruggewonnen. Hierdoor zijn nieuwe biotopen ontstaan die tegenwoordig een belangrijk onderdeel vormen van het natuurgebied.

5. De terrils van de voormalige mijnstreken

Een van de meest ongebruikelijke landschappen van België is door mensen gemaakt. In voormalige mijngebieden liggen grote terrils: heuvels die bestaan uit steen en ander materiaal dat tijdens de steenkoolwinning naar boven werd gehaald.

Na het sluiten van de mijnen bleven deze kunstmatige bergen achter. In de daaropvolgende decennia raakten veel terrils begroeid met grassen, struiken en bomen. Sommige zijn tegenwoordig natuur- en recreatiegebieden.

Vanaf de top heb je vaak een bijzonder uitzicht over een landschap waarin industrie, steden en natuur samenkomen. Het is een mooi voorbeeld van hoe een industrieel landschap langzaam in een nieuw soort natuurgebied kan veranderen.

6. De Vlaamse polders: kijken tot aan de horizon

Wie vanuit het heuvelachtige zuiden richting West-Vlaanderen reist, ziet het landschap steeds vlakker worden. Achter de kust liggen uitgestrekte polders met rechte sloten, landbouwgronden en wegen die soms kilometerslang door het open landschap lopen.

Een deel van deze gebieden lag vroeger onder invloed van de zee. Door dijken, kanalen en drainage werd het land geschikt gemaakt voor landbouw en bewoning. Dat menselijke ingrijpen is nog altijd duidelijk zichtbaar in de strakke lijnen van het landschap.

Op heldere dagen kun je hier ver kijken. Kerktorens, boerderijen en bomenrijen zijn soms al van grote afstand zichtbaar. De enorme openheid vormt een sterk contrast met de besloten bossen en valleien van de Ardennen.

7. Duinen en slikken langs de Noordzee

De Belgische kust is slechts enkele tientallen kilometers lang, maar ook hier zijn bijzondere natuurgebieden te vinden. Tussen de badplaatsen liggen duinen, stranden, slikken en schorren die een belangrijke rol spelen voor planten en vogels.

Het Zwin bij Knokke-Heist is een bekend voorbeeld. Zeewater kan hier via geulen het natuurgebied binnendringen, waardoor een dynamisch landschap van slikken, schorren en zoutminnende planten ontstaat.

Aan de andere kant van de Belgische kust, rond De Panne, liggen uitgestrekte duingebieden. Sommige duinen zijn begroeid, terwijl andere stukken bestaan uit open zand. Achter de eerste duinenrij liggen vochtige duinvalleien en graslanden.

Een compleet ander landschap binnen een paar uur

Een van de aantrekkelijkste eigenschappen van België is de korte afstand tussen totaal verschillende landschappen. Je kunt 's ochtends wandelen over houten paden door de Hoge Venen en later dezelfde dag langs een rivier in de Ardennen staan. Vanuit Brussel bereik je zowel de bossen van Wallonië als de open vlaktes van Vlaanderen relatief eenvoudig.

Wie verder richting het westen rijdt, ziet de heuvels verdwijnen en uiteindelijk plaatsmaken voor polders, duinen en de Noordzee. Juist deze snelle veranderingen maken het interessant om België niet als één landschap te bekijken.

Het land is klein, maar geologisch en landschappelijk opvallend veelzijdig. Van mistige veengronden en beboste rivierdalingen tot paarse heide en vlak land achter de zeedijken: België heeft veel meer natuurgezichten dan de bekende Ardennen alleen.